RETEX bewijst de haalbaarheid en economische levensvatbaarheid van mechanische textielrecycling

15 december 2020

De waardeketens die in het kader van RETEX zijn opgezet, hebben de vele mogelijkheden van mechanische recyclage verkend om de knowhow van industriële textielbedrijven in Hauts-de-France, Wallonië en Vlaanderen te benutten. De kostenanalyse van elke verwerkingsfase bevestigt dat er reële kansen zijn voor het opzetten van een circulaire textieleconomie in de drie regio’s van het programma.

Material 20200127 122609Copy 20200130 120116Copy
Utexbel

Tijdens de 4 jaar van het RETEX-programma heeft men onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van 20 verschillende recyclageprocedés voor textiel naar textiel of textiel naar kunststof-technische toepassingen. Voor elke waardeketen zijn verschillende scenario’s uitgewerkt, afhankelijk van de beschikbare grondstof en de verschillende hergebruiks- en verwerkingsprocessen die mogelijk zijn.

Zes waardeketens hebben protocollen bestudeerd voor mechanische recyclage van afgedankte of onverkochte kleding en industrieel afval of afval van snijzalen (100% katoen of polyester/katoen). Dankzij een partnerschap tussen de Belgische spinnerij en weverij Utexbel, het Franse textielrecyclagebedrijf Minot, de Belgische kledingproducent Van Moer en een industrieel kledingreinigingsbedrijf dat ziekenhuiskleding levert, is een operationele structuur opgezet en kan een gerecycleerd garen worden geproduceerd waarvan de uiteindelijke kostprijs lager is dan die van nieuw garen.

Symaco Db 0815Copy

Daarnaast worden, via een samenwerkingsverband tussen Lemahieu en Petit Bateau in Hauts-de-France en de Belgische spinnerij ESG, stofresten van snijzalen verwerkt tot gerecycleerd garen. Zo kan garen worden geproduceerd aan marktprijzen, constateert Pierre van Trimpont, die de economische levensvatbaarheid van de waardeketens heeft geanalyseerd.

Het potentieel van kunststofverwerking

Van Trimpont

Het RETEX-programma heeft 14 verschillende waardeketens bestudeerd voor de recyclage van textiel voor kunststof-technische toepassingen. Hieruit komen twee opties voor textielverwerking naar voren: uitrafelen en vermalen. “Vermalen is goedkoper dan uitrafelen, maar levert kleine stukjes stof op. Uitrafelen leidt tot een vezelige massa die zich beter laat comprimeren en granuleren,” legt Pierre Van Trimpont uit. “De voorlopige tests laten zien dat uitrafelen waarschijnlijk een beter resultaat oplevert dan vermalen.” Het comprimeren en granuleren heeft invloed op de viscositeit van de gerecycleerde granules. De viscositeit van het granulaat kan weliswaar worden aangepast door de toevoeging van een booster, maar dit doet de kosten stijgen. “Met nieuwe technologieën die zijn ontwikkeld door NGR en EREMA is het wellicht mogelijk de booster weg te laten,” licht hij toe.

“De kostprijs van het gerecycleerde granulaat dat we hebben geproduceerd, is niet hoger dan de marktprijzen. Dit bevestigt dat deze nieuwe procedés gerecycleerd granulaat kunnen produceren dat qua kosten vergelijkbaar is met rPET, dat wordt gemaakt van gerecycleerd PET-materiaal,” benadrukt Pierre Van Trimpont. “De kennis die tijdens het RETEX-programma is opgebouwd, kan nu worden gebruikt om de implementatie van economisch levensvatbare waardeketens te versnellen.”